THEMA
- >Elektrische Fiets
- >Kinderfietsen
- >Omafiets
- >Zichtbaarheid
- ∨ Fiets en Mobiliteit
- ∨De mobiliteitsmix nader bekeken
- >Autoproblematiek en de voordelen van de fiets.
- >Mobiliteitsmanagement
- >Wat gebeurt er om fietsgebruik te stimuleren
- >Financiële stimulansen
- >Verbeteren Fietspadennetwerk
- >Verbeteren Intermodaliteit
- >Ondersteunende Fietsinfrastructuur.
- >Fietsdiefstalpreventie
- >Verbeteren Verkeersveiligheid
- >Verbetering beeldvorming
- >Individuele stimulering
- >Publicaties en bronnen
- >Veilig door de stad
- >Fietsvakantie
- >E-Fiets en Mobiliteit
- >Fietsendragers
- >Vouwfiets
- >Moederfietsen
- >Bakfietsen
- >Racefietsen
- >Transportfiets
- >Fietsmerken
- >Batavus Fietsen
- >Gazelle Fietsen
- >Sparta Fietsen
- >Giant Fietsen
- >Jongensfiets
- >Fietskar
- >Mountainbike
- >Koga Miyata fietsen
De mobiliteitsmix nader bekeken.
Mensen verplaatsen zich continu. Verschillen tussen gebieden leiden tot verplaatsing van mensen en goederen. Het ene gebied heeft iets te bieden wat het andere gebied niet heeft, ze vullen elkaar aan. Om deze uitwisseling mogelijk te maken zijn er vervoersmiddelen en infrastructuur nodig. De kwaliteit van deze twee factoren bepalen in hoge mate hoe mobiel een land is, oftewel hoe gemakkelijk men in staat is zich te verplaatsen over een bepaalde afstand. Voor dichtbevolkte landen als Nederland en België is het van levensbelang om vervoersmiddelen en infrastructuur goed op elkaar af te stemmen willen we bereikbaar blijven.
Het is daarbij noodzakelijk om de vervoersstromen niet slechts als gegeven feit te nemen.We willen weten waarom vervoer plaats heeft en welke afstanden worden afgelegd. Mensen hebben verschillende redenen om zich te verplaatsen.
Redenen waarom mensen zich verplaatsen:
- Woon werk verkeer
- Volgen van onderwijs
- Doen van boodschappen
- Afhalen van personen
- Bezoeken van de sport of hobby vereniging
- Recreatief tijdverdrijf.
Uit het Mobiliteitsonderzoek Nederland van 2008 (MON 2008)1 blijkt dat de Nederlander zich gemiddeld 30 kilometer per dag verplaatst. Zoals te verwachten bestaat deze verplaatsing niet uit één beweging maar uit een drietal verplaatsingen waarvan twee korter dan 7,5 kilometer. Men kan zich voorstellen dat het hier bijvoorbeeld gaat om de dagelijkse rit naar het werk aangevuld met een bezoek aan de sportclub en het doen van de boodschappen. Uit hetzelfde mobiliteitsonderzoek blijkt dat van deze korte ritten 1/3 wordt gedaan met de auto, nog eens 1/3 deel komt voor de rekening van de fiets. Het overige gedeelte kunnen we in de categorieën lopen, openbaar vervoer en brom- en snorfiets indelen. Deze indeling naar vervoerswijzen wordt ook wel “modal split” genoemd.
Uit een vergelijkbaar Nederlands onderzoek, het Onderzoek Verplaatsingsgedrag2 van het CBS over 2008, blijkt dat 25% van de Nederlanders de fiets als hoofdvervoermiddel heeft.
Uit een Belgisch onderzoek uit 1999 dat werd uitgevoerd door adviesbureau Langzaam Verkeer3 in samenwerking met een aantal universiteiten bleek dat dit percentage in België op 8% ligt waarbij er grote verschillen tussen Vlaanderen en Wallonië genoteerd werden. Zo blijkt uit het Onderzoek Verplaatsingsgedrag Vlaanderen (OVG)4over het jaar 2000 dat maar liefst 25,3% van de ondervraagde individuen dagelijks van de fiets gebruikt gemaakt en bestempeld kan worden als hoofdvervoermiddel. Dit percentage is overigens wel dalende. Telde Vlaanderen in de periode 1994 -1995 nog 28,4% dagelijkse gebruikers, in het jaar 2000 waren dit er 25,3%. Bij de laatste metingen die gehouden werden tussen september 2008 en september 2009 was dit percentage gedaald tot 17,25%. Een trend die zeer zeker verdere evaluatie behoeft.
De oplettende kijker zal zijn opgevallen dat er in het gemiddelde dorp heel wat minder fietsen staan dan in de gemiddelde stad. En zo zijn er ook bij de steden onderling grote verschillen waarneembaar, blijkens het rapport Boersma en van Alteren5 waarbij 40 steden vergeleken worden. Zo is Groningen een echte fietsstad. Hier wordt 37,4% van alle dagelijkse verplaatsingen met de fiets gedaan. Heerlen staat helemaal onderaan de lijst met een fietsgebruik van slechts 10,7%. Deze grote verschillen zijn een bron van inspiratie voor vele gemeentes. Een toename van het fietsgebruik biedt immers de beste voorwaarden om een verreikende mobiliteit te garanderen. Deze zienswijze werpt een geheel ander licht op de fiets. De fiets is niet slechts een recreatief verkeersmiddel maar het kan verworden tot een volwaardig alternatief voor de auto en voor andere modaliteiten met veel negatieve externe effecten.
Fietsnet
Fietsnet
De fiets centraal in het mobiliteitsbeleid.
|
|
info@fietsnet.nl |
|
|
Tel 071 5765743 |
|
|
Fax 071 5765743 |
Voor FietsNED
Mobiele fietsenmaker
belt u: 088-112-112-3
Home